Inspectie van het onderwijs

Minstens één keer in de vier jaar onderzoekt de onderwijsinspectie ieder schoolbestuur in Nederland. Het vierjaarlijks onderzoek is eind 2018 uitgevoerd bij het bestuur van INOS. De inspectie heeft onderzocht of het bestuur van INOS op zijn scholen zorgt voor onderwijs van voldoende kwaliteit en of het financieel in staat is om ook in de toekomst goed onderwijs te blijven verzorgen. Klik hier voor het inspectierapport (pdf).

Samenvatting

“De inspectie heeft geconstateerd dat INOS voldoet aan de wettelijke eisen die zijn onderzocht.

Wat gaat goed?

We zien dat het bestuur het belangrijk vindt dat de leerlingen goed onderwijs krijgen. Daarom hebben het bestuur, de directeuren en de teams bijvoorbeeld regelmatig gesprekken over hoe het op de scholen gaat. Zij werken aan verbetering, als dat nodig is. Ook ziet de inspectie de plannen die INOS heeft gemaakt voor de toekomst. De leraren en directeuren hebben hierover kunnen meepraten en kennen de plannen. Op de scholen werken de teams hieraan mee.

Ook het financieel beheer van het bestuur is in orde. Het bestuur weet hoeveel geld het nu en in de toekomst nodig heeft voor het geven van goed onderwijs. Het bestuur besteedt het geld dat ze van de overheid ontvangt zoals in de wet is aangegeven.

Wat kan beter?

INOS heeft ten eerste sinds anderhalf jaar een nieuwe manier van organiseren en samenwerken. De scholen zijn verdeeld in kleine groepjes van twee of drie scholen die nauw met elkaar samenwerken (INOS noemt deze groepjes ‘organisatorische eenheden’). Eén van de directeuren binnen zo’n groep is de voorzitter van zo’n eenheid. Er zijn ook nog netwerken georganiseerd over de eenheden heen. Deze netwerken houden zich bezig met een speciaal onderwerp dat voor alle scholen belangrijk is. In de gesprekken hebben we gemerkt dat nog niet voor iedereen duidelijk is wie nu waar (eind)verantwoordelijk voor is. Vooral bij scholen waar het minder goed gaat, vinden we dat belangrijk.

Een tweede aandachtspunt is het jaarverslag. De intern toezichthouder zou in het volgende jaarverslag aandacht kunnen besteden aan de manier waarop zij controleren of het bestuur het geld op een goede manier aan goed onderwijs besteed heeft.”